Je kiest het voer voor je hond waarschijnlijk met zorg. Misschien geef je brokken, vers vlees, zelfbereide maaltijden of een combinatie daarvan. Je kijkt naar ingrediënten, vergelijkt merken en voegt af en toe iets extra's toe. Toch blijft een belangrijke vraag vaak onbeantwoord: hoeveel voedingsstoffen krijgt jouw hond gedurende de dag daadwerkelijk binnen?
Een nieuwe wetenschappelijke overzichtsstudie, gepubliceerd op 16 oktober 2026 in het tijdschrift Animals, laat zien dat de mineralensamenstelling van honden- en kattenvoeding behoorlijk kan verschillen. De onderzoekers vonden zowel te lage als te hoge mineralengehalten, verspreid over verschillende soorten voeding.
Vooral bij zelfbereide maaltijden, rauwe vleesvoeding en sommige plantaardige voedingen kwamen meerdere afwijkingen tegelijk voor. Ook bij commerciële brokken en natvoeding werden afwijkende gehalten aangetroffen.
De bevindingen sluiten aan bij een belangrijk onderdeel van mijn werk als voedingstherapeut: het beoordelen van de volledige dagelijkse voeding, rekening houdend met wat een individuele hond nodig heeft.
Wat hebben de onderzoekers onderzocht?
Onderzoekers van de Universiteit van Santiago de Compostela in Spanje verzamelden de resultaten van 76 wetenschappelijke onderzoeken die tussen 2005 en 2025 waren gepubliceerd.
Daarvan onderzochten 58 studies de werkelijke mineralengehalten van voedingen door middel van laboratoriumanalyses. In de overige 18 studies werd de mineralenvoorziening berekend aan de hand van recepten, ingrediënten of de dagelijkse voeropname.
De onderzoekers bekeken onder andere:
Commerciële brokken en natvoeding.
Rauwe vleesvoeding, waaronder BARF-rantsoenen.
Zelfbereide maaltijden.
Vegetarische en veganistische voeding.
Voeding voor verschillende levensfasen en speciale dieetvoedingen.
Ze besteedden vooral aandacht aan calcium, fosfor, magnesium, natrium en kalium, en aan spoorelementen zoals ijzer, koper, zink, jodium, mangaan en selenium.
Voor de vergelijking van gemeten mineralengehalten gebruikten ze de FEDIAF-voedingsrichtlijnen van 2024. Deze bevatten onder andere aanbevolen minimumgehalten en, waar van toepassing, maximumgehalten voor complete hondenvoeding.
Waarom zijn mineralen zo belangrijk voor je hond?
Mineralen zijn betrokken bij vrijwel alle processen in het lichaam. Sommige zijn in relatief grote hoeveelheden nodig, terwijl van andere dagelijks slechts enkele milligrammen of zelfs microgrammen nodig zijn.
Calcium en fosfor zijn bijvoorbeeld belangrijk voor de botten en het gebit. Hun onderlinge verhouding verdient extra aandacht, vooral tijdens de groei. Zink speelt onder andere een rol bij de huid, de vacht en talrijke enzymprocessen. Koper is betrokken bij verschillende stofwisselingsprocessen en de vorming van bindweefsel, terwijl jodium nodig is voor de aanmaak van schildklierhormonen.
De hoeveelheid van ieder afzonderlijk mineraal is belangrijk, evenals de verhouding tussen bepaalde mineralen. Ook de samenstelling van de voeding beïnvloedt hoeveel het lichaam uiteindelijk kan opnemen en gebruiken.
Langdurig onvoldoende of overmatig aanbieden van bepaalde mineralen kan gevolgen hebben voor de gezondheid. Een afwijking in de voeding hoeft daarbij geen direct zichtbare klachten te veroorzaken.
1. Zelfbereide en rauwe voeding: vooral calcium verdient aandacht
Bij zelfbereide en rauwe hondenvoeding blijken vooral de hoeveelheden calcium en fosfor sterk te kunnen verschillen. Ook de verhouding tussen deze twee mineralen is lang niet altijd goed afgestemd.
De overzichtsstudie verwijst onder andere naar een onderzoek van Dillitzer en collega's uit 2011, waarin 95 door hondeneigenaren samengestelde BARF-rantsoenen voor volwassen honden werden beoordeeld.
Bij 60% van deze rantsoenen werd minstens één relevante afwijking in de voedingsstoffenvoorziening gevonden. Dit betrof verschillende voedingsstoffen, dus niet uitsluitend calcium. Bij 10% van de rantsoenen bedroeg de berekende calciumvoorziening zelfs minder dan een kwart van de aanbevolen hoeveelheid. Ook was de verhouding tussen calcium en fosfor bij deze rantsoenen duidelijk te laag.
Deze cijfers hebben betrekking op de onderzochte BARF-rantsoenen en zijn geen afspiegeling van alle rauwe hondenvoeding.
Hoe ontstaan zulke verschillen?
Spiervlees bevat van nature weinig calcium in verhouding tot fosfor. Wanneer een hond voornamelijk vlees krijgt, kan daardoor een tekort aan calcium ontstaan. Bij rauwe voeding worden vaak botten gebruikt als calciumbron. Hoeveel calcium daarmee wordt aangevoerd, hangt onder andere af van de botsoort en de hoeveelheid bot die de hond daadwerkelijk eet.
Ook bij zelfbereide gekookte maaltijden is meestal een aanvullende calciumbron nodig. Welke hoeveelheid daarvoor geschikt is, hangt af van de volledige samenstelling van het rantsoen.
De onderzoekers vonden overigens ook rantsoenen met een te hoge calciumvoorziening. Vooral bij rauwe voeding kan de hoeveelheid bot hierin een belangrijke rol spelen.
Het gaat dus om zowel de juiste hoeveelheid calcium en fosfor als de verhouding tussen beide mineralen. Vooral bij pups verdient dit extra aandacht, omdat deze mineralen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van het skelet.
2. Een supplement moet bij het hele rantsoen passen
Wanneer je zelf maaltijden voor je hond samenstelt, is het meestal nodig om bepaalde vitamines en mineralen aan te vullen. Hiervoor zijn speciale supplementen verkrijgbaar, maar hoe weet je of jouw hond daarmee ook de juiste hoeveelheden binnenkrijgt?
In een van de onderzoeken werden zelfbereide recepten met en zonder supplementen vergeleken. Bij de recepten zonder supplementen waren de calciumgehalten en de verhouding tussen calcium en fosfor gemiddeld lager. Ook bij recepten waaraan supplementen waren toegevoegd, kwamen echter afwijkende mineralengehalten voor.
Dat heeft onder andere te maken met de samenstelling van de maaltijden. Vlees, orgaanvlees, vis, groenten en andere ingrediënten leveren zelf al mineralen. Zo bevat lever relatief veel koper en kan een rantsoen met veel bot juist veel calcium leveren. Wanneer je daar een supplement aan toevoegt, verandert de totale hoeveelheid voedingsstoffen die je hond binnenkrijgt.
Daarbij maakt het verschil welk supplement je gebruikt. Een algemene multivitamine heeft een andere samenstelling dan een supplement dat speciaal is ontwikkeld om zelfbereide hondenvoeding aan te vullen. Ook bij deze laatste producten moet de dosering passen bij de ingrediënten en hoeveelheden die je voert.
Een supplement kan dus een belangrijk onderdeel zijn van een uitgebalanceerd rantsoen. Hoeveel je ervan nodig hebt, hangt af van wat de overige ingrediënten al leveren en wat jouw hond dagelijks nodig heeft.
Bij een rantsoenberekening controleer ik daarom zowel de voedingsstoffen uit de afzonderlijke ingrediënten als de aanvulling met supplementen. Zo kan ik beoordelen welke voedingsstoffen nog ontbreken, welke al voldoende aanwezig zijn en of bepaalde hoeveelheden mogelijk te hoog uitkomen.
3. Plantaardige hondenvoeding: de samenstelling is bepalend
Ook plantaardige hondenvoeding werd in de overzichtsstudie onderzocht. De resultaten verschilden behoorlijk per product. Sommige commerciële plantaardige voedingen voldeden aan de onderzochte mineralenaanbevelingen, terwijl andere te weinig calcium of fosfor bevatten of een afwijkende verhouding tussen deze mineralen hadden.
In een van de aangehaalde onderzoeken werden zeven plantaardige hondenvoedingen beoordeeld die bedoeld waren voor pups of honden van alle leeftijden. Slechts twee daarvan voldeden aan alle minimale mineralenaanbevelingen van FEDIAF. Vooral bij de onderzochte natvoedingen werden onvoldoende gehalten aan calcium en fosfor aangetroffen.
Een ander onderzoek, uitgevoerd in Brazilië, beoordeelde drie commerciële veganistische hondenvoedingen. Bij alle drie bleek de verhouding tussen calcium en fosfor lager dan aanbevolen.
Het ging in beide gevallen om relatief kleine aantallen producten. De resultaten geven daarom geen volledig beeld van de kwaliteit van plantaardige hondenvoeding die momenteel verkrijgbaar is.
De onderzoekers benadrukken dat de mineralenvoorziening vooral afhangt van de samenstelling van het voer en de toevoeging van de juiste voedingsstoffen.
Bij een vegetarisch of veganistisch rantsoen verdienen daarnaast ook andere voedingsstoffen aandacht, zoals essentiële aminozuren, vetzuren en vitamines, waaronder vitamine B12 en vitamine D. Deze voedingsstoffen vielen buiten de volledige beoordeling van deze overzichtsstudie.
Ook een plantaardig rantsoen kan worden afgestemd op de voedingsbehoefte van een hond. Daarvoor is wel een zorgvuldig samengestelde voeding nodig, waarbij alle essentiële voedingsstoffen in voldoende hoeveelheden aanwezig zijn.
4. Ook bij commerciële brokken en natvoeding bestaan verschillen
Wie een volledig diervoeder koopt, mag verwachten dat dit alle essentiële voedingsstoffen bevat die een hond dagelijks nodig heeft. Toch blijkt uit de overzichtsstudie dat ook bij commerciële brokken en natvoeding verschillen in mineralengehalten voorkomen.
In verschillende onderzoeken werden zowel te lage als te hoge gehalten aan bepaalde mineralen gevonden, waaronder calcium, fosfor en verschillende spoorelementen. Andere onderzoeken lieten juist zien dat de onderzochte producten binnen de aanbevolen waarden vielen.
Ook tussen brokken en natvoeding werden verschillen aangetroffen. Daarbij speelt het vochtgehalte een belangrijke rol. Natvoeding bevat veel meer water dan brokken, waardoor je de mineralengehalten per 100 gram voer niet zomaar met elkaar kunt vergelijken. De onderzoekers hielden hier rekening mee door alleen waarden te vergelijken die op dezelfde manier waren uitgedrukt.
Uit de resultaten kwam geen duidelijk patroon naar voren waaruit bleek dat brokken of natvoeding structureel een betere mineralensamenstelling hadden.
Ook de prijs bleek geen betrouwbare graadmeter voor een betere mineralenvoorziening. In drie afzonderlijke onderzoeken werden voedingen uit verschillende prijsklassen vergeleken. Duurdere producten bleken niet consequent beter aan te sluiten bij de aanbevolen mineralengehalten.
Zo voldeden in een van deze onderzoeken alle beoordeelde voedingen aan de minimale aanbevelingen voor de onderzochte voedingsstoffen, ondanks aanzienlijke prijsverschillen.
Ook de belangrijkste vleessoort op de verpakking gaf volgens de onderzoekers geen betrouwbaar beeld van de totale mineralensamenstelling.
Een volledig diervoeder is samengesteld om bij de juiste dagelijkse hoeveelheid in de voedingsbehoefte van de aangegeven levensfase te voorzien. De resultaten laten zien dat afwijkingen bij afzonderlijke producten kunnen voorkomen. Ze geven geen aanleiding om commerciële complete hondenvoeding in het algemeen als onvoldoende uitgebalanceerd te beschouwen.
Voor een goede beoordeling zijn daarom de daadwerkelijke voedingsstoffengehalten en de hoeveelheid die een hond dagelijks eet van belang.
Wat vertelt de verpakking je eigenlijk?
Op de verpakking van hondenvoeding vind je meestal de percentages ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof en ruwe as. Soms worden ook calcium, fosfor en bepaalde vitamines of andere mineralen vermeld.
Voor een volledige rantsoenberekening zijn uitgebreidere gegevens nodig. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheden zink, koper, mangaan, jodium en selenium. Deze informatie staat lang niet altijd op het etiket, maar kan soms bij de fabrikant worden opgevraagd.
Met voldoende gegevens over de voedingsstoffensamenstelling kan worden berekend in hoeverre de dagelijkse voeding aansluit bij de individuele behoefte van jouw hond.
Meer weten over het lezen van hondenvoeretiketten?
Samen met Ingrid Smolders heb ik voor onze VIP-leden uitgebreide artikelen geschreven over het lezen en begrijpen van etiketten. We gaan dieper in op de ingrediënten, analytische bestanddelen en wat je uit de informatie op een verpakking kunt afleiden.
5. Minder voer betekent ook minder voedingsstoffen
Wanneer een hond moet afvallen, krijgt hij meestal kleinere porties. Daarmee neemt hij minder calorieën op, maar ook minder vitamines en mineralen. Hoeveel voedingsstoffen hij uiteindelijk binnenkrijgt, hangt af van de samenstelling van het voer én de hoeveelheid die hij dagelijks eet.
Dat geldt ook voor speciale afvalvoeding. In een Braziliaans onderzoek uit 2022 werden acht speciale veterinaire afvalvoedingen onderzocht. Bij zeven daarvan bleek dat de berekende dagelijkse portie tijdens een afvalprogramma minder dan de aanbevolen hoeveelheid van minstens één voedingsstof kon leveren. Bij de strengste doorgerekende beperking gold dit zelfs voor alle acht de voedingen. Het ging onder andere om calcium, magnesium, kalium, selenium en natrium, maar ook om eiwitten en vetten.
Dat betekent overigens niet dat deze honden daadwerkelijk een mineralentekort hadden. De onderzoekers berekenden hoeveel voedingsstoffen de verschillende porties zouden leveren. Of een lagere inname daadwerkelijk gevolgen heeft, hangt onder andere af van de mate en duur van de voerbeperking.
Ook bij honden die van nature weinig energie nodig hebben en daardoor kleinere porties eten, verdient de voedingsstoffenvoorziening aandacht. Of langdurig voeren van zulke kleinere porties daadwerkelijk tot tekorten leidt, is nog onvoldoende onderzocht.
Bij een rantsoenberekening kijk ik daarom naar de totale hoeveelheid voedingsstoffen die een hond dagelijks binnenkrijgt, rekening houdend met zijn individuele energiebehoefte.
6. Wat gebeurt er wanneer je het voer aanvult met verse ingrediënten?
Een beetje gekookt vlees door de brokken, wat groenten of af en toe een ei: verse ingrediënten kunnen prima een plek hebben naast complete hondenvoeding. Hoeveel je ervan geeft en of je ze toevoegt of een deel van het voer ermee vervangt, maakt daarbij verschil.
Een volledig diervoeder is samengesteld om bij de juiste dagelijkse hoeveelheid alle essentiële voedingsstoffen te leveren. Wanneer je een deel hiervan vervangt door verse ingrediënten, verandert ook de verhouding tussen de voedingsstoffen die je hond binnenkrijgt.
Neem bijvoorbeeld vers vlees. Dat levert onder andere eiwitten, vetten en fosfor, maar bevat doorgaans weinig calcium. Wanneer je structureel een deel van de complete voeding door vlees vervangt, kan daardoor de verhouding tussen calcium en fosfor veranderen. Ook de aanvoer van vitamines en andere mineralen kan afnemen.
Voeg je de verse ingrediënten juist toe zonder de hoeveelheid complete voeding te verminderen, dan krijgt je hond extra calorieën binnen. Afhankelijk van de hoeveelheid kan dit op termijn invloed hebben op zijn lichaamsgewicht.
Kleine hoeveelheden verse ingrediënten passen doorgaans prima binnen een uitgebalanceerd voedingspatroon. Wanneer je dagelijks grotere hoeveelheden geeft of regelmatig een deel van de complete voeding vervangt, verdient de totale voedingsstoffenvoorziening extra aandacht. Daarbij tellen zowel de samenstelling van de ingrediënten als de hoeveelheden die je hond daadwerkelijk eet mee.
Wat zegt dit onderzoek wel en wat weten we nog niet?
De 76 onderzochte studies laten zien dat de mineralensamenstelling van honden- en kattenvoeding behoorlijk kan verschillen. Toch kunnen de onderzoekers niet aangeven welk percentage van alle verkrijgbare voedingen te weinig of te veel mineralen bevat. Daarvoor verschilden de studies te sterk in onderzoeksopzet, meetmethoden en gebruikte voedingsrichtlijnen.
Ook weten we nog relatief weinig over hoeveel van de aanwezige mineralen daadwerkelijk door het lichaam wordt opgenomen en benut. Een laboratoriumanalyse vertelt hoeveel mineralen het voer bevat, terwijl de daadwerkelijke opname onder andere afhankelijk is van de samenstelling van de voeding en de individuele hond.
Een gemeten of berekende hoeveelheid die buiten de voedingsrichtlijnen valt, betekent daarom ook niet automatisch dat een hond een tekort heeft of gezondheidsschade ondervindt.
De onderzoekers bekeken daarnaast de aanwezigheid van mogelijk schadelijke stoffen, waaronder lood en kwik. In de meeste onderzochte gevallen waarvoor geschikte vergelijkingswaarden beschikbaar waren, werden geen zorgwekkende hoeveelheden vastgesteld. In enkele onderzoeken werden echter wel duidelijke overschrijdingen van de gebruikte grenswaarden gevonden.
Omdat de studies verschillende grenswaarden hanteerden, konden de onderzoekers hier geen algemene risico-inschatting aan verbinden. Bovendien kan een rantsoenberekening eventuele verontreinigingen niet aantonen. Daarvoor is gericht laboratoriumonderzoek van de voeding nodig.
Wat het onderzoek vooral duidelijk maakt, is dat de mineralensamenstelling van het voer slechts een deel van het verhaal vertelt. Ook de dagelijkse voerhoeveelheid, de voedingsbehoefte en de levensfase van de hond zijn van belang om de voedingsstoffenvoorziening goed te kunnen beoordelen.
Hoe weet je of jouw hond voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt?
Wil je meer inzicht krijgen in de voeding van jouw hond? Begin dan eens met het bijhouden van alles wat hij gedurende een paar dagen eet.
Noteer welk voer je geeft, hoeveel gram je hond dagelijks krijgt en welke snacks, kauwproducten, supplementen en verse ingrediënten daarbij komen. Bij zelfbereide maaltijden is het ook belangrijk om aan te geven of je de ingrediënten vóór of na het bereiden hebt gewogen.
Controleer daarnaast of de basisvoeding als volledig diervoeder of aanvullend diervoeder wordt verkocht en voor welke levensfase deze bedoeld is. Een aanvullend diervoeder is op zichzelf niet bedoeld om alle dagelijkse voedingsbehoeften van je hond te dekken.
Met deze gegevens krijg je een beter beeld van wat jouw hond daadwerkelijk eet. Of hij daarmee ook voldoende essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt, vraagt om een verdere beoordeling. Daarvoor zijn uitgebreide gegevens over de voedingsstoffensamenstelling nodig, evenals een berekening van zijn individuele voedingsbehoefte.
Ook het lichaamsgewicht, de lichaamsconditie, de leeftijd en het activiteitenniveau spelen daarbij een rol.
Wat kan ik bij CaniBalance voor jouw hond betekenen?
Wil je weten of de voeding van jouw hond daadwerkelijk aansluit bij wat hij dagelijks nodig heeft? Met een professionele rantsoenberekening kan ik de huidige voeding beoordelen en inzichtelijk maken waar eventuele aanpassingen wenselijk zijn.
Daarbij kijk ik naar de volledige dagelijkse voeding, inclusief snacks, verse aanvullingen en supplementen. Ook houd ik rekening met de leeftijd, het lichaamsgewicht, de lichaamsconditie, het activiteitenniveau en eventuele bijzonderheden van jouw hond.
Met behulp van professionele berekeningssoftware bereken ik hoeveel energie en essentiële voedingsstoffen het rantsoen naar verwachting levert. Daarbij beoordeel ik onder andere de voorziening van eiwitten, essentiële vetzuren, vitamines, mineralen en spoorelementen aan de hand van passende voedingskundige richtwaarden.
Afhankelijk van jouw wensen en de huidige voeding zijn er twee mogelijkheden.
Rantsoencontrole en optimalisatie
Geef je jouw hond al langere tijd dezelfde voeding en wil je weten of deze goed is samengesteld? Dan kan ik het huidige rantsoen analyseren en beoordelen waar mogelijke tekorten, overschotten of ongunstige verhoudingen zitten.
Je ontvangt een overzicht van de berekende voedingsstoffenvoorziening, met praktische adviezen voor eventuele aanpassingen. Daarbij kijk ik zoveel mogelijk naar mogelijkheden binnen de voeding die je al geeft. Een volledig nieuw voedingsplan valt buiten deze dienst.
Ook commerciële brokken, natvoeding en complete rauwe voeding kunnen worden beoordeeld. Hiervoor zijn wel voldoende uitgebreide gegevens over de voedingsstoffensamenstelling nodig. Wanneer deze informatie ontbreekt, kan ik helpen om de benodigde gegevens bij de fabrikant op te vragen. Als bepaalde gegevens niet beschikbaar zijn, geef ik aan welke onderdelen wel en niet betrouwbaar beoordeeld kunnen worden.
Individueel berekend voedingsplan
Wil je liever zelf de maaltijden voor jouw hond samenstellen? Dan kan ik een volledig voedingsplan ontwikkelen dat aansluit bij zijn individuele behoefte en jouw voorkeuren.
Dat kan bijvoorbeeld met gekookte ingrediënten, rauwe voeding of een vegetarische of veganistische samenstelling.
Ik bereken de benodigde hoeveelheden van de verschillende ingrediënten en beoordeel welke aanvullingen nodig zijn om het rantsoen zo volledig en evenwichtig mogelijk samen te stellen. Je ontvangt een praktisch voedingsplan met duidelijke hoeveelheden, bereidingsinstructies en informatie over eventuele supplementen.
Voeding blijft maatwerk
Een rantsoenberekening geeft inzicht in de verwachte voedingsstoffenvoorziening op basis van de beschikbare samenstellingsgegevens en de geschatte behoefte van jouw hond. De daadwerkelijke opname en benutting van voedingsstoffen kunnen hiervan afwijken.
Daarom kijk ik ook naar hoe je hond het in de praktijk doet, onder andere aan de hand van zijn lichaamsgewicht, lichaamsconditie en eventuele veranderingen in de ontlasting.
Bij bestaande gezondheidsproblemen stem ik mijn voedingsadviezen af op de diagnose en aanbevelingen van de behandelend dierenarts. Mijn begeleiding is ondersteunend en vervangt geen veterinaire zorg.
Wil je meer inzicht in de voeding van jouw hond of een compleet voedingsplan laten samenstellen? Bekijk dan de mogelijkheden voor voedingsadvies en rantsoenberekeningen bij CaniBalance.
Wetenschappelijke bronvermelding
López-Alonso, M., Larrán, B., Flores, N., Orjales, I., & Miranda, M. (2026). Mineral Composition and Adequacy of Mineral Concentrations in Dog and Cat Diets: A Systematic Review. Animals, 16(20), 3261.
Publicatiedatum: 16 oktober 2026